Selecteer een pagina

Als u zowel prestaties verricht die belast zijn met btw, als vrijgestelde prestaties, mag u niet alle aan u in rekening gebrachte btw aftrekken. Hoe berekent u de aftrekbare btw dan correct? Wat besliste de rechter hier onlangs over?

Als ondernemer mag u de aan u in rekening gebrachte btw in beginsel aftrekken. Dit is alleen anders als u geheel of deels vrijgestelde prestaties verricht, want daar betaalt ook de consument geen btw over. De vraag rijst nu hoe u de aftrekbare btw moet berekenen als u zowel belaste als vrijgestelde prestaties levert.

Uitsluitend belast of vrijgesteld gebruik. Gebruikt u goederen en diensten uitsluitend voor belaste prestaties, dan is de btw 100% aftrekbaar. Worden ze uitsluitend voor vrijgestelde prestaties gebruikt, dan is de btw helemaal niet aftrekbaar. Voor goederen en diensten die u zowel voor belaste als vrijgestelde prestaties gebruikt, komt slechts een deel van de btw in aftrek. Uitgangspunt is dat uw omzet dan bepalend is voor uw recht op aftrek. Heeft u dus een omzet die voor 75% is belast met btw en voor 25% is vrijgesteld, dan mag u ook 75% van de btw aftrekken op de goederen en diensten die u zowel voor belaste als vrijgestelde prestaties gebruikt.

Voorbeeld. U verhuurt enkele woningen. Dit is vrijgesteld van btw. Ook verhuurt u enkele winkelruimtes met btw. Uw omzet is voor 50% belast met btw en voor 50% vrijgesteld. De goederen en diensten die u voor uw belaste en vrijgesteld omzet gebruikt, gebruikt u in werkelijkheid voor 70% voor belaste omzet. In dat geval mag u niet 50% van alle betaalde btw aftrekken, maar 70%.

Tegenbewijs o.b.v. werkelijk gebruik. Is het werkelijke gebruik (van de goederen en diensten) afwijkend van de omzetverhouding, dan mag u de btw aftrekken op basis van dit werkelijke gebruik. TIP. Dit is voordelig als het werkelijke gebruik voor belaste prestaties hoger ligt dan op basis van de omzet. U kunt dan immers meer btw aftrekken. LET OP. Ook de belastingdienst kan stellen dat het werkelijke gebruik moet worden toegepast, ook als dat onvoordelig voor u uitpakt.

Niet splitsen, aldus de rechter. Uw collega wilde de algemene kosten die hij zowel belast als vrijgesteld gebruikte, splitsen. Voor een deel wilde hij de btw aftrekken op basis van de omzet, op het andere deel wilde hij de btw aftrekken op basis van het werkelijke gebruik. U moet de aftrek op algemene algemene kosten ofwel berekenen op basis van de omzet, ofwel op basis van het werkelijke gebruik. (Rechtbank Zeeland-West-Brabant: ECLI:NL:RBZWB:2018:4404). Overigens moeten investeringsgoederen (waarop u afschrijft) wel apart in aanmerking worden genomen. U kunt bijvoorbeeld werkelijk gebruik toepassen op de kosten van een onroerende zaak en omzetverhouding voor alle algemene kosten.

Wilt u de aftrek bepalen op basis van het werkelijke gebruik, dan moet u dit wel kunnen bewijzen. Hetzelfde geldt voor de inspecteur, als hij dit wil. LET OP. In de praktijk kan het werkelijke gebruik vrijwel alleen bij gebruik van onroerende zaken objectief en nauwkeurig worden vastgesteld. In andere gevallen is het vrijwel nooit mogelijk om het werkelijke gebruik aan te tonen.