Selecteer een pagina

Een lijfrente levert een leuke aftrek op, maar de uitkeringen zijn te zijner tijd wel belast. Bovendien spelen er ook andere factoren een rol. Deze blijven echter vaak onbelicht. Hoe zit dat? Waar moet u rekening mee houden?

Een belangrijke fiscale aftrekpost is de lijfrentepremie. Dat geldt voor de ondernemer of dga die zijn eigen pensioen op wil bouwen of een pensioentekort heeft, zeker nu pensioen opbouwen in de eigen BV niet meer mogelijk is. Tegenover de aftrekpost staat dat de uitkeringen te zijner tijd weer belast zijn. Er spelen echter meerdere factoren mee die van invloed kunnen zijn op het per saldo te behalen voordeel en vaak onbelicht blijven. Een overzicht.

Welke factoren spelen een rol? Met name als u aftrekt tegen een hoger tarief dan waartegen de uitkering straks belast wordt, profiteert u van een tariefvoordeel. Vanwege de lagere tarieven voor AOW-gerechtigden, is dit meestal het geval. Deze tarieven zijn wel afhankelijk van eventueel overig ander inkomen in box 1. Ook heffingskortingen zijn steeds meer inkomensafhankelijk. Dit betekent in 2019 bijvoorbeeld dat u bij aankoop van een lijfrente meer heffingskorting krijgt als uw inkomen daardoor tussen de € 20.384 en € 68.507 komt te liggen. LET OP. Een latere uitkering kan dan echter weer tot een lagere heffingskorting leiden.

Over de lijfrente-uitkeringen betaalt u te zijner tijd ook Zvw-premie. In 2019 is dit 5,7% tot een maximumjaarinkomen van € 55.923. Betaalde lijfrentepremies die u kunt aftrekken, komen ook in mindering op het toetsinkomen. Hierdoor zullen eventuele toeslagen hoger uitvallen. Hier staat tegenover dat de lijfrente-uitkeringen later ook uw toetsinkomen verhogen en dus eventuele toeslagen zullen verlagen.

Een opgebouwde lijfrente is, mits u aan de voorwaarden voldoet, ook vrijgesteld in box 3. U betaalt dus over het opgebouwde vermogen geen belasting, in tegenstelling tot bijvoorbeeld over een aandelenportefeuille. Het voordeel van deze vrijstelling is afhankelijk van de omvang van uw vermogen. Hoe meer vermogen u bezit, hoe meer belasting u betaalt in box 3. Dit kan in 2019 oplopen tot 1,68% over uw vermogen in box 3. Banken en verzekeraars berekenen bij het afsluiten van een lijfrenteverzekering kosten. Dit resulteert in lagere uitkeringen. Vraag daarom verschillende offertes aan.

Alternatieve lijfrente: banksparen. U kunt via banksparen ook een fiscaal aantrekkelijke aanvulling op uw pensioen creëren. Net als bij een lijfrente moet er een pensioentekort zijn. De inleg bij banksparen is dan aftrekbaar in box 1. Pas bij uitkering van de gespaarde bedragen betaalt u belasting. Het opgebouwde tegoed is vrijgesteld in box 3 wat, afhankelijk van de omvang van uw vermogen, een fors voordeel ten opzichte van gewoon sparen kan betekenen. Banksparen is echter minder flexibel dan gewoon sparen, want u kunt het tegoed niet zomaar opnemen. U moet dit periodiek laten uitkeren, uiterlijk vanaf vijf jaren nadat u recht op AOW krijgt. Banksparen kent in de regel minder risico’s dan een lijfrente, omdat beleggen niet mogelijk is. Bovendien ontvangt u de overeengekomen bedragen, bij voortijdig overlijden vervalt een overschot aan uw nabestaanden. Anderzijds eindigt een lijfrente-uitkering meestal pas bij overlijden, wat weer voordelig is als u langer leeft.

Het voordeel van een lijfrente is niet alleen gelegen in de fiscale aftrek. Neem ook de effecten mee op heffingskortingen, Zvw-premie, eventuele toeslagen en de vrijstelling in box 3. Alleen als het totaalplaatje voor u positief uitvalt, is de aankoop van een lijfrente te overwegen.